De ongeschreven wetten van Nauta Dutilh

 

Peter Lieberom (1953) heeft een heel interessant verleden en naar het zich laat aanzien een minstens zo interessante toekomst. Daartussenin is hij eventjes interim manager personeelszaken Personeel & Organisatie (P&O) bij Nauta Dutilh. Is ook dat interessant?

 

'Ik kom uit een arbeidersmilieu. Mijn vader was kok. Mijn zus is slager en zZelf heb ik vanaf mijn vijftiende in de Rotterdamse haven gewerkt, nadat ik van de hbs ben afgetraptwas afgestuurd omdat ik niet wou deugen. In die tijd het was 1968 vond men het nog niet leuk als je de autobanden van de leraren liet leeglopen. In de haven maken ze van een joch heel snel een kerel, kan ik je verzekeren. Zo ben ik in de een ruim vol lijnzaad gegooid. Dat is net een moeras; daar zak je langzaam in weg. Paniek! .Vlak voor je verdrinkt, trekken ze je weer op.  Ik heb de havenstaking van '70 meegemaakt en ben me toen voor arbeidsverhoudingen gaan interesseren. Ik was actief in de vakbond en werd zelfs, tegelijk met Paul Rosenmöller, in het als bestuurder gevraagd. Ik heb dat niet gedaan, hij wel. Ik vond het een beroep met te weinig mogelijkheden. Toen ik 22 was, ben ik naar de sociale academie gegaan.; ik zat daar tussen allemaal meisjes van 17 die maatschappelijk werkster wilden worden. Zelf had Iik had toen ook een woeste baard en lang haar, je weet wel. De sociale academie was gedemocratiseerd dus na vier jaar kreeg je automatisch je diploma. Vervolgens heb ik acht jaar als personeelsfunctionaris bij Mercedes Benz gewerkt. Ik wilde daarna in het organisatie advieswerk, maar als niet-academicus was dat moeilijk. Toch kon ik bij Twijnstra Gudde terecht, op voorwaarde dat ik eerst een personeelsafdeling zou opzetten. Van 1989 tot 1991 heb ik in de avonduren politicologie gestudeerd aan de VU, waarna ik toch makkelijker mijn weg kon vinden, al was het maar omdat ik door die studie ook veel over de overheid te weten kwam, die de helft van de opdrachten voorvan TwijnstraG voor haar rekening nam. Tot '97 heb ik tal van leuke klussen voor TwijnstraG gedaan. Ik denk bijvoorbeeld aan het oprichten van Libertel, de twee jaar dat ik in de bajes zat, omdat er vierduizend cellen bijkwamen, wat ook vierduizend extra man personeel betekende, of de afschaffing van de ongemakkentoeslag van 40.000 politieagenten. Na Twijnstra Gudde TG ben ik als hoofd P&O bij de Coöperatie voor Rundveeverbetering Delta (3000 medewerkers zorgen er daar voor dat Nederland bij de wereld top 3 voor stierensperma blijft behoren) terechtgekomen en sinds begin dit jaar ben ik free-lance interim manager, weer bij Twijnstra Gudde.'

 

Wat is je beste eigenschap, voor wat je werk betreft?

'Wacht even. Ik wil ook nog even kwijt dat ik drie boeken over personeelswerk geschreven heb. Het eerste is uitverkocht, maar de laatste twee verkopen nogal slecht, omdat de uitgever het niet nodig vond er reclame voor te maken. En beste eigenschap, tja, ik ben nogal goed, al zeg ik het zelf, in mensen veranderen te begeleiden bij veranderingen. SomsVaak moeten er in een functie gewoon dingen anders en ik bezit het vermogen mensen dat te laten inzien.'

 

En wat kun je niet?

'Ik ben niet zorgvuldig. Ik zet wel dingen in gang, maar de nazorg laat ik aan andere mensen over; daar besteed ik dan geen aandacht meer aan. Zolang je mensen hebt, die dat voor je doen is dat natuurlijk geen probleem. In dat opzicht ben ik hier nogal verwend. Toen Dominique Nelissen weg was, heeft  hebben de medewerkers van P&O de tentboel toch maar mooi draaiende gehouden; dat mag wel eens gezegd worden.'

 

Ik had je de vraag willen stellen of je een jaar geleden al eens van Nauta Dutilh had gehoord, maar ik denk dat ik het antwoord wel kan raden.

'Ja, ik kende Nauta natuurlijk wel. Ik heb zoveel met arbeidszaken te maken; daardoor ken je ook advocaten, al werkte ik hoofdzakelijk met Stibbe. Nauta is wat ik zou noemen een bedrijf organisatie van professionals. Bij zo'n bedrijf voert men een ander soort personeelsbeleid dan elders. Een professional is veel meer gewend zijn eigen beleid uit te dragen. Daardoor is er bij een bedrijf als dit net zo veel personeelswerk als bij een andersoortig bedrijf dat drie keer zo groot is. De sfeer is hier goed; wel is er het bekende verschil tussen Amsterdam en Rotterdam, je weet wel: Amsterdammers een beetje gezelliger en tegendraadser; Rotterdammers meer op hard werken gericht, maar verder is de saamhorigheid is groot., zeker op individueel gebied; binnen groepen kan het nog wat beter.'

 

Was het makkelijk om je plaats hier te vinden?

'Ik heb al snel de werklunch geïntroduceerd. Zowel in Rotterdam als in Amsterdam komen alle P&O-ers van die vestiging een of twee keer per maand bij elkaar. Dan praten we over werk, maar niet over inhoudelijke P&O-kwesties. Dat gebeurt zonder agenda, dus onvoorbereid. We zijn daar allemaal enthousiast over. Mijn bekendheid in de organisatie is nog niet zo groot, maar dat heeft ook een beetje met de taakverdeling binnen P&O te maken.'

 

Wat is je belangrijkste taak voor de nabije toekomst?

'Ik ben hier gekomen omdat Norbert de Munnik en P&O het logischerwijs niet meer aankonden, overdrukcompensatie noem ik dat. Daarnaast ben ik druk bezig met het beloningsonderzoek voor de fee-earners, dat overigens na de zomer een vervolg zal krijgen voor de niet-fee-earners. Voorts moet de pensioenregeling dit jaar bekeken worden, omdat het contract afloopt en binnen het notariaat is er sinds 1 januari een lagere pensioengerechtigde leeftijd, zodat advocatuur en notariaat niet meer in de pas lopen. Ook daar moet iets aan gedaan worden. Ten slotte Ook willen we meer aan opleiding gaan doen, ook van secretaresses. Hiernaast liggen er nog een heleboel kleine ‘klusjes’ die ook aandacht verdienen. Alles tegelijk kan echter niet.'

 

Welke gevolgen heeft de nieuwe bestuursstructuur?

'Het is heel belangrijk dat fee-earners er vertrouwen in hebben dat wij bepaalde dingen beter kunnen dan zijzelf. Bevoegdheden krijg je niet, die verdien je. Bain heeft gezegd tegen de fee-earners: als jullie een leuker leven willen, moet je bepaalde taken afstaan. De verschuiving van taken is afhankelijk van de persoon in kwestie. Het is de kunst om mensen te laten inzien dat iets beter anders kan. Daar ligt mijn taak en mijn kracht.'

 

Hoe lang blijf je bij ons?

'Dat is open. Men is naarstig op zoek naar een hoofd P&O, maar die liggen niet voor het oprapen dat is niet gemakkelijk. Het kan zijn dat ik in juli al niet meer nodig ben, maar het is ook niet onmogelijk dat ik hier 2000 haal, al of niet in deeltijd.'

 

Hoe staat het met de werkdruk? Is het te behappen?

'De ongeschreven wetten van Nauta Dutilh, die geven enigszins druk. Je hebt niet alleen het Nauta Dutilh van nu, maar de afgelopen 75 jaar tellen ook mee, begrijp je? . Dat is verder moeilijk uit te leggen, maar je voelt het wel. Dingen gebeuren hier verder nog te weinig gestructureerd. Ieder jaar gaan er 250 mensen weg en komen er 250 bij. En iedere keer zijn we weer verbaasd dat die nieuwkomers een kamer nodig hebben, om maar eens iets te noemen. Bain stelt ons voor nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe taakverdelingen. P&O is daar op dit moment noch kwalitatief noch kwantitatief klaar voor, en hetzelfde geldt voor onze (P&O's) klanten. Ik ben veranderingskundige; daar ben ik voor ingehuurd.'

En als je rol hier is uitgespeeld?

 

'Over tien jaar hoop ik dertig tevreden opdrachtgevers achtergelaten te hebben. Ik ga gewoon door. Plannen om een boerderijtje te beginnen of zo heb ik niet.'

 

Heb je bijzondere hobby's?

'Nee. Ik heb een motorboot die ligt te roesten. Ik fiets veel te weinig. Ik doe al tien jaar niet meer aan paardrijden. En ik heb een flinke collectie modelspoortreinen, Bordeaux wijnen en duitse postzegels die geduldig op me liggen te wachten. Dat is het wel zo'n beetje.'